
Wie waren David en Alice van Buuren?
David en Alice van Buuren leefden in de eerste helft van de 20e eeuw in een unieke culturele bubbel van kunst, architectuur en internationale connecties. David Michel van Buuren (1886–1955), van Nederlandse afkomst, was een succesvolle bankier die zich in 1909 in Brussel vestigde. In 1922 trouwde hij met de Antwerpse Alice Piette (1890–1973), en samen begonnen ze aan een levenslang project: kunst verzamelen, steunen en tentoonstellen, niet alleen als privépersoon, maar ook als mecenas met diepgaande culturele betrokkenheid.
Hun huis, gelegen aan de Léo Erreralaan in Ukkel, is een schoolvoorbeeld van wat een Gesamtkunstwerk wordt genoemd — een woonomgeving waarin architectuur, interieur en kunstcollectie samen één artistieke ervaring vormen. Tussen 1924 en 1928 werd de villa gebouwd in de typisch Amsterdamse Schoolstijl, terwijl het interieur een uitzonderlijk ensemble van Art-deco-ontwerpen bevatte, ontworpen door vooraanstaande Belgische, Franse en Nederlandse interieurarchitecten en ambachtslieden.

David en Alice namen actief deel aan het ontwerp van hun woning: alle details zijn zorgvuldig gekozen om zowel harmonie als esthetische vernieuwing uit te stralen. Zo participeerde David zelf in de ontwikkeling van architectonische motieven die in het huis terugkomen en kocht het paar prominente stukken op internationale tentoonstellingen, zoals de Exposition des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in Parijs (1925), waar ze onder meer een indrukwekkende kroonluchter van de Nederlandse ontwerper Jan Eisenloeffel aanschaffen en bijpassende glas-in-loodramen van Jaap Gidding.
Een huis als museum
De inrichting van het huis weerspiegelde hun brede interesses: zeldzame meubels, gesigneerde tapijten, glas in lood, sculpturen en schilderijen van Belgische en internationale meesters bleven nog steeds op hun oorspronkelijke plaats. De collectie omvat werken uit de 15e tot de 20e eeuw, waaronder werken van oude meesters als Pieter Bruegel de Oude, maar ook moderne kunstenaars zoals Rik Wouters, James Ensor, Kees van Dongen, Henri Fantin-Latour, Constant Permeke en Gustave van de Woestijne — van wie David Van Buuren een toegewijde mecenas was en die met maar liefst 32 schilderijen in de verzameling vertegenwoordigd zijn.

De van Buurens verkeerden in een brede, internationale sociale kring. Hun huis was geen gesloten privéruimte, maar een levendige ontmoetingsplek waar kunstenaars, denkers en culturele iconen samenkwamen. Gasten zoals de Franse schilder Raoul Dufy, de dichter Jacques Prévert, de ontwerper René Lalique en zelfs de Russische impresario Sergei Diaghilev bezochten de villa, net als de Belgische surrealist René Magritte. Daarnaast vonden internationale politici zoals Golda Meir, Yitzhak Rabin en Moshe Dayan vaak hun weg naar dit culturele epicentrum — wat aantoont hoe ver de reikwijdte van hun sociale contacten reikte.
De tuin
Het koppelteken tussen architectuur, kunst en sociale interactie werd ook buiten de muren van het huis voortgezet in de uitgestrekte tuinen. Deze tuin, oorspronkelijk aangelegd door landschapsarchitect Jules Buyssens en later door René Pechère uitgebreid, vormt een kunstzinnige, bijna theatrale groene setting met rozentuinen, een labyrint en de romantische Jardin du Cœur.
David stierf in 1955, maar Alice zette hun gedeelde droom voort. In 1970 richtte zij een openbare stichting op en stelde haar testament zo op dat het huis, de tuinen en de kunstcollectie bewaard zouden blijven als museum en cultureel instituut. Sinds 1975 staat de villa open voor publiek als Van Buuren Museum & Gardens, een levend monument van de art-deco-wereld en een eerbetoon aan het culturele leven dat David en Alice van Buuren hebben opgebouwd.

